vrijdag 23 april 2010

Gleðilegt sumar!

Het jaar vordert zo stilaan, en ondertussen zijn de nachten hier al behoorlijk kort. Hoog tijd dus om de zomer te laten beginnen, en zo was gisteren zowaar een officiële feestdag die men, misschien wat voorbarig, de eerste zomerdag noemt. Veel te doen in de stad, en in het aangenaam heldere weer genoten we van een zonnetje, weliswaar gepaard gaande met temperaturen rond het vriespunt.



Maar een man is pas een man als hij zelfs dan nog zijn barbeque laat doorgaan. Dit in het achterhoofd houdend omarmden de 10 huisgenoten van Njarðargata 37 het zonnetje met een onvergetelijk staal vlees, klaargemaakt op een barbeque die ik de dag ervoor nog, hakkelend in mijn beste IJslands, van onze bebaarde buurman uit kon lenen. De zomer is nu onherroepelijk van start gegaan.

Hoog tijd eens om wat meer winterbelevenissen op mijn blog te zetten waar ik tot nog toe te lui voor was. Het zal steeds een tipje van de IJsberg blijven, maar hoe meer dingen ik post, hoe minder ik er zelf zal vergeten.

Nu de zomervakantie met rasse schreden nadert probeer ik me te concentreren op mijn cursussen, die verbazingwekkend zwaar uitvallen. De examens zijn hier volop bezig. Toch probeer ik hier en daar mijn zomer al wat vast te leggen, want nu ik een mondje IJslands begin te spreken en meer mensen leer kennen zou ik liefst nog wat langer blijven. Met een goeie zomerjob, wat geluk en minder Erasmusstudenten om me heen zou dat wel nog eens een heel andere ervaring kunnen worden. Beter of slechter, dat valt af te wachten.

dinsdag 20 april 2010

Het liep wat uit de hand...

Nu IJsland zo veel wind vangt in de Vlaamse pers kan ik er toch ook niet in achterblijven, dus even kort bericht uit Reykjavík. Na de vele sympatieke bezorgde berichtjes van deze week zo geruststellend te beantwoorden, is het nu maar te hopen dat de situatie inderdaad zo geruststellend is...

Foto: Morgunblaðið

Na de vulkaanuitbarsting in Fimmvörðuháls die ik van zo dichtbij te zien kreeg, verlegde de activiteit zich naar een nieuwe plek, midden onder de gigantische gletsjer Eyjafjallajökull. Veel explosiever dan de eerdere uitbarsting begon deze al het gletsjerijs langzaam weg te vreten, waardoor gigantische smeltwaterstromen de ringweg al vanaf dag één hadden onderbroken.

In Reykjavík zelf ondertussen viel er niks speciaals op te merken, tenzij je de spectaculaire foto's in nieuwsberichten meetelt. Geen aswolk te zien, de wind blies het allemaal netjes naar Europa. Enkele huisgenoten moesten wel een gepland bezoek van familie aflassen, maar veel verder dan dat gingen de gevolgen niet.

Of het zo blijft weet niemand. De wind is gedraaid, en de aswolk zou hier op woensdagnacht moeten zijn. Hoe erg dat zal zijn is onvoorspelbaar. Misschien merken we er maar weinig van, misschien moeten we allen gasmaskers dragen en misschien zal de douche weer vol asbrokken liggen elke avond. Wie zal het zeggen? In elk geval is Reykjavík goed voorbereid en zal het overlevingspercentage zeer hoog liggen.

Voor de mensen op het platteland is het geen lachertje. Mensen in de directe omgeving, landbouwers in het bijzonder, zien al hun winst verdwijnen. De gewassen zullen allesbehalve spectaculair zijn deze zomer, de dieren mogen niet meer gegeten worden en de materiële schade is enorm. De toeristische sector in de buurt is afgesneden van de wereld en hoe langer de isolatie blijft duren, hoe meer mensen helemaal aan de grond zitten. Het leven wordt met de dag harder voor deze mensen, zeker nu er al levengrote problemen waren door de crisis. Misschien iets om even bij stil te staan midden in alle heisa rond onze luchthavens. Zeer problematisch, absoluut, maar wie het luidst roept is niet altijd het zwaarst getroffen.

maandag 29 maart 2010

Groenland


Erg vaak krijg je niet de kans om naar het einde van de wereld te trekken. Midden maart had ik die kans wel, en met 10 andere studenten heb ik een week het leven in een klein dorpje aan de oostkust kunnen ervaren. Deze week was voor mij ongetwijfeld de meest bijzondere ervaring tot nu toe. Een blogbericht zag ik eerst niet zitten, maar sommige mensen hebben me overtuigd om toch kort verslag uit te brengen. Hopelijk kan ik een beetje de indruk overbrengen van de reis, want het was niet bepaald een trip die je onverschillig laat.


Kulusuk heeft 300 inwoners, en ligt iets noordelijker dan Reykjavík. Twee IJslandse antropologen, Jóhann en Guðrun, trokken aan het einde van de vorige eeuw naar Kulusuk om de samenleving te bestuderen. Zonder het ooit gewild te hebben bleven ze er meer dan 10 jaar plakken. Hun zoon werd er geboren, maar omdat ze hem in IJsland wilden laten opgroeien, trokken ze terug richting Reykjavík wanneer hij 9 werd. We bleven met onze groep in hun huis, middenin de kleine gemeenschap die we zo van vrij dicht hebben kunnen meemaken.


De vraag die ik steeds krijg is wat we daar nu eigenlijk deden in Groenland. Het is inderdaad zo dat dat nu net een beetje het punt is: Er is niet zo veel te doen in Groenland. Uiteraard hebben we ons niet verveeld, de trektochten op het eiland zijn er van de mooiste en meest indrukwekkende die ik al gedaan heb, we hadden in het dorp ook heel veel activiteiten die de inwoners zelf ook doen, zoals de onvergetelijke vrijdagavondfuif. Een lijstje van activiteiten zou hopeloos tekort aan de ervaring.


Het belangrijkste voor mij was de ervaring om een week in totale isolatie te leven, op het ritme en met de activiteiten van de inwoners van Kulusuk. Het heeft op mij een heel diepe indruk gemaakt, en er is voor mij heel veel veranderd, ook na mijn terugkeer in Reykjavík. Na een week durende permanente meditatie is de aanpassing aan het stadsleven moeilijk. Het duurde enkele dagen om opnieuw in het ritme te komen, maar het is helemaal niet zoals voordien.


Kulusuk is een heel vreemde plek. Mensen zijn niet gemaakt om op Groenland te overleven. Het leven is er erg hard en er gebeuren veel slechte dingen in het dorp. Guðrun heeft ons een avond verhalen verteld over verschillende mensen met wie we de avond voordien nog op de dansvloer stonden, en mijn nekharen kropen er van overeind. In een blogbericht is een verkeerde indruk snel gemaakt, dus ik wil niet al te duister klinken. Middenin dit alles is enorm veel schoonheid, de natuur in al haar kaalheid en guurheid, die ongelofelijk mooi kan zijn. De kinderen die zo vertederend met ons speelden. Vooral Signe en ikzelf waren vrij populair bij de kinderen, en door hen zijn we nog wat extra in contact gekomen met de bevolking, want natuurlijk wilden ze aan iedereen hun nieuwe speelkameraadjes laten zien, en zo hebben we ook hun school tijdens de knutselklas kunnen meemaken. Naast de vele tekeningen en armbandjes zijn dit voor ons ook heel mooie herinneringen, met toch een wrang nasmaakje van de verhalen van het dorp. De falende communicatie in Kalaallisut of Deens is geen probleem als je met kinderen omgaat.


Naast twee speelnamiddagen viel er natuurlijk nog veel meer te beleven. Een rit naar de naburige gletsjer met hondenslee bijvoorbeeld. Heel speciale ervaring, middenin een uitgestrekte ijsvlakte, het guurste weer dat ik ooit meemaakte. Ook de dagtochten op het eiland waren onvergetelijk. Uiteraard altijd bewapend met pepperspray voor ijsberen en vuurpijlen, want regelmatig sterven mensen in Groenland. Amper twee maanden geleden verdween een Russische toerist en werd nooit teruggevonden. Mogelijkheden genoeg om aan je einde te komen. Zo klonk ook onze eerste kennismaking met Jóhann op de luchthaven in Reykjavík. Hij sloeg alle praatjes over en begon met een waslijst van dingen waar we voor moesten oppassen, om dan te besluiten met een erg charmante "Always be very careful, I don't want to write your mothers...". Slik.

De verhalen zijn legio en ik geef het voorlopig op. Werk genoeg deze week.

zaterdag 27 maart 2010

Adaptatie in Fimmvörðuháls


Hoe extreem moet een mens op den duur nog gaan om eerdere ervaringen te overtreffen? Na mijn uitstap gisteren zal dat nog weinig voorvallen.

Ongeveer een week geleden waren de kranten in IJsland volgeschreven over de pas Fimmvörðuháls tussen twee gletsjers, waar een vulkaanuitbarsting de hele regio dwong tot evacuatie. Na een week lang dolenthousiaste geologen zonder succes te zien proberen om dichterbij te komen, was het gisteren onze beurt, want er werd een wandelpad geopend waar al wie gek genoeg was om op eigen risico naar de vulkaan te trekken zijn ding kon doen. Als eerste uitwisselingsstudenten trokken we met zijn vijven pijnlijk vroeg in de morgen richting Skógafoss, vanwaar een pad liep richting Þórsmörk, dat de voorbije week netjes onderbroken werd aan het einde door verse lavastroom van de vulkaan.

We vertrokken voor Reykjavík wakker werd, en begonnen een prachtige maar heel stevige wandeling. Het landschap volgt de stroming, langs een hele resem fantastische watervallen, om uiteindelijk in de pas tussen de twee gletsjers uit te komen. Snijdende wind die ons om de oren gierde, absolute stilte in een ijzig landschap, en langzaamaan werd het ijs zwarter en zwarter, naarmate we dichter bij onze bestemming kwamen. Occasionele brokjes as en puimsteen veranderden stilaan in een regen van fijne vulkaanuitwerpselen waar je zonder bril niet doorheen kwam. Uiteindelijk bereikten we ons doel, en daar stond middenin pekzwarte heuvels een vulkaan een met niets vergelijkbaar spektakel te geven.


Vanop een naburige heuvel konden we de lavafonteinen van erg dichtbij bekijken, gepaard gaande met een diep gerommel en een warme gloed. Uiteindelijk zijn we afgedaald tot aan de gestolde maar nog steeds gloeiende lavamuur, waar het wel uitkijken was voor brokstukken en hete stenen. Veel IJslanders deden dezelfde uitstap, en iedereen was erg onder de indruk. Een unieke ervaring die ik niet gauw zal vergeten, en waar ik met gemak nog veel meer over kan vertellen.

Onverstelbaar hoeveel zwarte asse en brokstukjes er gisterenavond bij het douchen afkwamen.

woensdag 24 maart 2010

Hvað er draumalandið?

IJslanders zijn er in verschillende soorten. Echt.
Uiteraard is dat op zich niet bepaald een onverwacht nieuwtje, maar ik heb tijdens mijn korte verblijf hier sterk de indruk dat de opdeling heel uitgesproken is.



De traditie en geschiedenis loeren overal om de hoek, en zijn bijna een definiërend kenmerk van al wat IJslands is. Alles is doorspekt met een sterk gekruid sausje van nationalisme en trots, en soms zelfs een sterk superioriteitsgevoel. Tegelijk dwepen mensen met de overzeese grote verhalen, en willen veel jonge mensen weg van dit eiland en de kleine gemeenschap hier, die vaak als saai of kansloos bestempeld wordt. Dikwijls gaat het aangetrokken en afgestoten worden van het vaderland hand in hand, vreemd genoeg. Traditie, stambomen, geschiedenis en natuur versus ontsnappen aan dit alles, rijk en succesvol worden en snel leven. Sommige mensen zijn volledig gegrepen door een terugkeer naar de natuur en de wortels, anderen willen hier juist veel van opofferen om geld te verdienen.

Vaak heb ik sterk de indruk dat men hier erg geamerikaniseerd is, verzot op alle nieuwste hoogtechnologische gadgets, heel trots en tegelijk erg nieuwsgierig en wantrouwend voor vreemde buitenlanders. De nationale trots heeft een sterke knak en misschien daarna ook wel een opflakkering gekend door de financiële crisis of 'kreppa' die hier nog steeds erg zwaar op de lever ligt.

Uiteraard ben ik hier nog maar kort en zijn dit allemaal indrukken die ik vis uit conversaties met IJslanders over deze dingen, en ik wil niets veralgemenen. Een erg rigide en moeilijk toegankelijk volk. Het leven en de mensen hier spreken me vaak sterk aan, maar soms is het een vreemd en gesloten volkje, met minder sympatieke trekjes en groot superioriteitsgevoel. Dit alles is geen vergelijking en wil niet zeggen dat ik altijd zo gesteld ben op de Belgen...


zondag 21 maart 2010

Vijgen na Pasen

Tot mijn scha en schande is het al bijna een maand geleden dat ik nog iets van me liet horen op deze blog. Laat ik proberen dat een beetje te compenseren door enkele willekeurige dingen uit de voorbije maand uit te lichten in de komende week.

Eind februari kreeg Reykjavík een hels sneeuwtapijt te verwerken. Sneeuwpret die een dikke week bleef duren. IJslanders zijn geen grote druktemakers over zulke onderwerpen, en door het ontbreken van een strooidienst werd elke verplaatsing voortaan ondernomen op gevaar van eigen staartbeen. Mooie taferelen toch, en vooral veel sneeuwpret. Een geplande weekendtrip naar de Westman-eilanden viel evenwel in het water, doordat alle vluchten afgelast werden.



Voorts bracht het einde van februari ook hopen werk met zich mee, want welke indruk ik ook wek met deze blog, in de week wordt hier hard gewerkt, en daar ontsnap ik als Erasmusstudent allerminst aan. Ook al is het misschien niet het meest boeiende blogonderwerp voor de meeste lezers, toch even iets over het academische aspect. Mijn vakken zijn erg individueel en op topologie na komen ze allen neer op zelfstudie of projectwerk. Het ligt me allemaal heel goed, en ook al is de inhoud van sommige cursussen aanzienlijk veel omvangrijker dan ik gewend ben, ik hou erg van het systeem. De professoren zijn beschikbaar voor vragen, maar voor de rest sta ik er vaak alleen voor.

De koffiehuizen in Reykjavík liep ik plat in februari, en door de bijzonder uitgebouwde koffiecultuur hier kan je heel goedkoop de dag door ongelimiteerd bijvullen. Werkte uitstekend voor mij. Hoewel het idee misschien vreemd klinkt, is het hier een heel normale zaak om alleen of in beperkte groep te gaan studeren in koffiehuizen. Ik zou het zelfs de regel noemen tijdens de werkweek. Concentratie met hopen, en anders ga je nog eens bijvullen!

woensdag 24 februari 2010

Aurora


Weinig natuurfenomenen spreken zo sterk tot de verbeelding als het noorderlicht dat doet. Na een winter met zo goed als geen noorderlicht, schrok Reykjavík vorige week op tijdens een nacht met uitzonderlijk hoge activiteit. Ongelofelijk hoe ik hier zo veel geluk gehad heb dit te kunnen meemaken. Op voorhand waren we al gewaarschuwd, en midden in Sarah's verjaardagsfeestje kreeg ik een enthousiast bericht van mijn kamergenote, waarop alle feestvierders in het holst van de nacht de baai inholden om daar veruit het meest kleurrijke en indrukwekkende schouwspel mee te maken dat ik ooit zag.

Geen foto kan weergeven wat het is om in de pikzwarte baai van Reykjavík op een rots te zitten, terwijl je boven je hoofd groene gordijnen ziet vormen. Ze nemen af in helderheid, vorm en dichtheid, ze dansen op en neer en golven, als gejaagd door de wind. Van groen naar geel, van helder naar zwak. De reflectie in de zee, en de berg Esja die er duidelijk veel kalmer onder blijft dan de toeschouwers die kreten slaken als een klasje verwonderde peuters. Tussen dit schouwspel door kregen we nog twee vlagen van heel sterke intensiteit op ons bord, waar heel duidelijk paarse stukken te zien waren. Hierbij moet vermeld worden dat de IJslanders die ooit paars noorderlicht zagen bijzonder dungezaaid zijn.

Gustav, die uit het noorden van Zweden komt, en voor wie Reykjavík een zuiderse uitstap is, had nooit eerder in zijn leven zo'n kleurrijke en actieve portie noorderlicht gezien.

Soms heb je geluk in de dingen, en soms heb je bijzonder veel geluk. Mijn IJslandse professor was alvast jaloers op de paarse tinten.

Bedankt alvast aan alle mensen die hier berichtjes achterlaten. Dat doet me echt heel veel plezier!

vrijdag 19 februari 2010

Hveragerði


Als de duivel ergens op aarde woont, dan is het wel hier in Hveragerði. Maar laat ons eerlijk zijn: smaak heeft hij wel, de duivel. In de streek van dit dorpje is een enorme geothermische activiteit, en daar profiteert men van door hier in serres zowel de bloemschikker als de bananenliefhebber stof tot leven te geven.


Met een vijftal studenten begonnen we op een druilerige dag aan een prachtige tocht doorheen de vreemdste landschappen. Overal spuit stoom uit de grond, het water in de riviertjes is warm, en de mossen die op bepaalde plekken in een permanent tropisch klimaat groeien hebben de meest felle kleuren, schril afgetekend tegen de grauwe achtergrond van de bergen rondom. Een bordje in het begin van de wandeling moest ons waarschuwen dat het water warm kon zijn. Een understatement van jewelste, zo bleek toen we iets verderop onze meegebrachte scharreleitjes hardgekookt uit de beek haalden.


Het weer zat niet echt mee, en sommige mensen waren al gauw volledig doorweekt en verkleumd. Gelukkig hebben IJslanders een zwemcultuur en was de rivier warm, dus even later liepen we rillend in zwembroek naar het warme water. Helaas een beetje ondiep, waardoor het een niet erg comfortabele zwempartij werd. Uiteindelijk dan toch de moed bijeengeschraapt en alleen langs de oevers verderop een diepere plek gaan zoeken. Dat werd een van mijn meest fantastische IJslandervaringen ooit. Het ene moment loop je enkele meters over ijs, het moment daarop verbrand je je voeten op een plek waar het water kokend uit de grond komt. Een onbeschrijfelijke ervaring om dan uiteindelijk in het diepe water te zitten, onaardse kleuren van heloranje tot schril azuurblauw en felgroen, een waterval van kokend water met felblauwe terrassen aan de linkerkant, ijs langs de rechterkant. De bergen rondom, pluimen stoom die de aarde uitspuiten, midden in de ongerepte natuur en geen mens te bekennen. Geen foto's, maar die zouden ongetwijfeld hopeloos tekort gedaan hebben aan die plek. Magisch en beklijvend.


donderdag 18 februari 2010

Esja


Al lang genoeg staat ze daar te glunderen op een boogscheut van de hoofdstad, hoog tijd dus om eens korte metten te maken met de berg Esja. Veel IJslanders kennen de weg op hun duimpje, en sommigen beklimmen hem zelfs elke week. Het weer was al een tijdje best te appreciëren, waardoor de weg in goeie conditie was, en veel van het ijs op de top gesmolten was. Alles wees er dus op dat een beklimming wel nog eens zou kunnen lukken.


Maar de weergoden waren niet de enigen die ons wel sympatiek vonden, zo bleek wel toen ik een handschoen kwijtraakte, en enkele minuten later al een nieuwe vond, met een muts erbij. Eerlijk gezegd heb ik me die vondst niet beklaagd want het was verdorie frisjes op de berg. Prachtige wandeling, met uitzichten die helaas niet altijd even makkelijk op foto plakken. Het laatste stuk wandelden we de wolken binnen op de met ijs bezaaide top, en verdween het verre uitzicht. In de plaats een absolute stilte... Het scherpe oog van Lien merkte na een tijdje plots een drietal ptarmigans op, wiens camouflage in het ijs werkelijk volmaakt was. Zo volmaakt dat onze foto's verre van spectaculair zijn. Na de boterhammetjes keerden we dan maar terug, een 100 meter voor de hoogste top, want dat stuk was op gevaar van eigen leven. Tenminste, dat haalde ik uit wat een IJslandse passant ons even vroeger vertelde. Die man had niet geraden dat we niet IJslands waren, en op zulke momenten vraag je niet te veel extra uitleg en speel je mee in je properste IJslands natuurlijk...

maandag 15 februari 2010

Seltjarnarnes


Belgisch bezoek vorige week. Ook al ben ik hier nog maar een goeie drie weken, toch doet dat wel even goed. De smaak van echte chocolade en de kolder van onvervalste Kulderzipkens, en dan zeker in het gezelschap van Lien, gingen er wel vlotjes in. Een goeie reden ook om eens te ontsnappen aan Reykjavík, de stad waar ik ondertussen al erg aan gehecht ben, maar die wel een drukke en atypische plek is op dit lege eiland. We begonnen dichtbij, in het kleinste dorpje van IJsland. Seltjarnarnes heeft buiten zijn vuurtoren die de hele baai 's nachts domineert niet veel te bieden op papier, als we even de voorraden rottende haai van de hoofdstad buiten beschouwing laten. Toch is het contrast enorm, want het schiereilandje is een plek van rust vlakbij de hoofdstad, en ziet er uit als iets wat ik ondertussen als heel IJslands ervaar.


Op het tipje van het eiland kijk je ver de noordelijke ijszee in, en hoewel het niet helder genoeg was om het met eigen ogen te zien, lonkte mijn bestemming van volgende maand al zwijgend in de verte: Groenland.

Zelfs een dik wolkenpak kon niet verhinderen dat de zonsondergang bepaald indrukwekkend was vanaf de vuurtoren, op de kale strook land met verlaten uitkijkposten uit lang vervlogen tijden. Na wat kuieren in Reykjavík, dat je doodverwend al haast druk zou gaan noemen, een hele leuke dag, en nog maar het begin van het weekje bezoek van Lien.

zondag 7 februari 2010

De blauwe lagune

Een trekpleister, maar geheel terecht. Zo dicht in de buurt en met zo'n fikse studentenkorting stond ons nog weinig in de weg om eens richting Grindavík te rijden. Voor mij een mooie gelegenheid om voor de eerste keer Reykjavík achter mij te laten, want veel kansen heb ik daartoe nog niet gekregen. Er wordt echter volop aan gewerkt!


Bij het avondschemeren trokken we met 5 Erasmussers richting blauwe lagune, een heel speciale ervaring. Via een omweg komt het lekker warme water recht uit de grond, en je kan zwemmen in het lichtblauwe water met uitzicht op het ruwe landschap en de talrijke pluimen stoom. Baden in de lagune zou een helend effect hebben op alle gebied, maar mijn kuiten zijn toch nog steeds goed stijf van de judo. Gelukkig heb ik dan toch het fantastische gevoel gehad om rond te drijven, omringd door doodse stilte in een onaards ruig maanlandschap. Je wordt er zelf even stil van...

zaterdag 6 februari 2010

Þorrablót

Wie afstamt van Ingólfur Arnarson moet zijn wortels eren, en als er iets belangrijk is voor een IJslander is dat wel zijn stamboom. Ze kunnen urenlang converseren over hun voorvaderen, en wanneer men iemand ontmoet is het heel gebruikelijk om uit te vissen in welke graad men met elkaar verwant is. Overigens moet men meestal nog niet zo overweldigend veel voorvaderen memoriseren om al snel verwantschap te ontdekken hier in deze kleine gemeenschap.

Iets wat hier schijnbaar mee samenhangt is het jaarlijks terugkerend festival Þorrablót. Laat je echter niet misleiden, want het is in de huidige vorm pas ontstaan in de jaren 50 van vorige eeuw, toen het restaurant Naustið in Reykjavík besloot om de traditionele schotels en oude eetgewoonten van het platteland weer op de kaart te zetten. Een soort 'viering' van de beschaving der huidige stadsmensen zeg maar.

Het idee werd algemeen overgenomen, en de meeste IJslanders houden nu ieder jaar in de maanden januari of februari een Þorrablót. Voor veel buitenlandse studenten en IJslanders een attractie vol walgende foto's en heerlijke verhalen om het thuisfront te vertellen, geheel conform de heersende clichés. Het idee lijkt me echter helemaal nog zo geen bonte kermis, dus vol goede moed en tot afschuwen van mijn tafelgenoten dook ik dan maar in mijn eerste schapenhoofd. Heel verteerbaar en bovendien leerrijker dan een biefstuk, alleen al wat het anatomische aspect betreft.


Flauw wilde ik dan ook niet zijn en ik peuzelde dus alles binnen wat er te vinden viel. De geïnteresseerden en sterken van maag wil ik wel eens uit de doeken doen in hoeverre je een heel hoofd kan opeten, maar laat ik alvast meegeven dat ik behoorlijk vol zat en dat een tafelgenote met een propere set beenderen naar huis ging.

Wat ook bijzondere aandacht verdient is de hákarl, ofwel de Groenlandse haai. Het vlees van deze haai is giftig voor de mens en moet daarom eerst op een heel specifieke manier bereid worden. Door het te laten rotten, meestal ondergronds, worden alle giftige stoffen opgeruimd, hetgeen de sterke ammoniakgeur veroorzaakt die mijn aanwezigheid op de þorrablót gedurende de rest van de avond bleef verraden. Idealiter wissel je elk stukje hákarl af met een slok brennivín, de nationale drank die me niet helemaal kon bekoren.

Daarnaast waren er ook schapentestikels, zuur walvisvet en schapenvlees gerookt in mest. De lijst gaat nog even verder.


Het lijkt misschien een wedstrijdje om het meest afstotelijke of ongebruikelijke avondmaal te verzinnen, maar het zijn heel lang courant geserveerde schotels geweest. Ik heb de indruk dat IJslanders over het algemeen hoog oplopen met hun afkomst en tradities. Dit gebruik lijkt me niet echt een gorillavertoon van de sterke IJslandse man, maar eerder een soort van romantisch teruggrijpen naar de oude natie en eigen manier van leven die meer en meer verloren gaat. In Reykjavík in het bijzonder. Soms heb ik de indruk dat er twee kanten zijn aan de mensen hier, of misschien zelfs twee soorten mensen. Enerzijds zijn er de tradities, natuur en afkomst, anderzijds dweept men met grootmachten, geld en succes. Maar dat is een ander verhaal voor volgende keer dat ik jullie deze keer zal besparen.

zaterdag 30 januari 2010

Vikingen



"Als het weer je niet bevalt, wacht dan vijf minuten."
Zo gaat een oud gezegde hier, en ik heb een analoog gevoel bij mijn eerste week hier in Reykjavík. Wat ook de reden is voor het onderhouden van deze blog, de laatste dagen werd duidelijk dat het echt alleen maar een heel flauw afkooksel kan zijn van alles wat hier aan de gang is. Het zou je al bijna beginnen demotiveren om nog te schrijven, maar gelukkig kan ik dat nu nog wel opbrengen.




Maar dit terzijde, want nu de eerste week voorbij is begin ik hier al een beetje mijn weg te vinden in het IJslandse leven. Dat de mensen hier hun vikingwortels eer aan doen mag gezegd worden, en dat heb ik zelf mogen ondervinden tijdens mijn eerste judotraining. Naast olympisch brons winnen is de trainer ook erg goed in het vriendelijk introduceren en regelrecht afpeigeren van Belgische Erasmusstudenten. Hoe uitgeput ik ook was, het is leuk om het cirkeltje van internationale studenten te doorbreken en de mensen hier te ontdekken. Niet altijd even eenvoudig, maar ik heb hier veel geluk met de mensen die me omringen.

Zo is mijn groep medestudenten al onwaarschijnlijk vriendelijk geweest voor mij. Deze week ben ik op zoek gegaan naar de houten barak op de campus waar de studenten wiskunde en fysica hun lege uren doorbrengen met koffie drinken en gitaar spelen. Het uurtje dat ik daar heb doorgebracht is me echt goed bekomen want sindsdien ben ik hier pas echt beginnen integreren en heb ik dit weekend werkelijk niets anders kunnen doen dan het plaatselijke nachtleven induiken.

Volgende week tracht ik iets academischer te maken, want er valt heel wat in te halen van mijn gemiste weken hier. Ondertussen wordt er hier vlijtig gekookt voor iedereen door de Fransen, dus dat belooft. Helaas impliceert dat ook dat mijn beurt op komst is. Het eten is klaar, dus ik vertrek!

woensdag 27 januari 2010

IJsberen voor gevorderden

Wie de IJslanders wil leren kennen moet ook de randgevallen bestuderen. Laat dat een extra factor zijn die Gustav en mezelf er toe bracht om, in het gezelschap van twee rasechte IJslanders, richting kust te trekken. Een warmwaterbron om je in de koude wat warm te houden, en op wandelafstand warempel een strand.



Dieren mogen hier niet ingevoerd worden om alles zo raszuiver mogelijk te houden, maar bij zand kon men zich daar voor een keer wel mee verzoenen, dus liet men een grote boot met Marokkaanse korrels aanrukken om enkele meters van de kust om te toveren tot een strand dat er in dit landschap bijzonder tropisch uitziet. Dat laatste dient men wel met een korreltje zout te nemen, want hoewel men in de zomer de overschot van het warme water uit de stadsvoorraden in de zee loost, is het water in de winter niet bepaald van comfortabele temperatuur te noemen. De gemiddelde temperatuur is vier graden boven het vriespunt, maar omdat de goden ons graag meteen een volwaardige doop gaven hebben we het deze eerste keer met nog minder moeten stellen.



Wie bij aankomst denkt dat die enkeling die voor je het water ingaat er een schepje bovenop doet met zijn geschreeuw zal snel inzien dat er niet te overdrijven valt bij zo'n temperatuur. Het gevoel bij de eerste duik is onbeschrijfelijk, het uitstoten van oerkreten is onvermijdelijk en je armen en benen worden na enkele seconden al gevoelloos. Tijdens de tweede duik ben ik er dan toch in geslaagd om de eerste boei al zwemmend te bereiken, om daarna met een merkwaardig warm gevoel terug uit het water te komen en je te gaan opwarmen.

Op zo'n momenten begrijp en benijd je de forse speklaag die de meeste mensen hier hebben. Iets om aan te werken dus... Na twee duiken blijf je met plezier genieten van het warme water uit de bron en geniet je van een prachtig uitzicht op de baai in volledige duisternis. Mij zien ze daar nog terug.

maandag 25 januari 2010

Reykjavík

Reykjavík. Man toch.

Uiteindelijk ben ik er dan toch terechtgekomen, en de eerste dag hier heb ik al met glans overleefd. Na de landing in de hypermoderne luchthaven rijd je nog een uurtje naar Reykjavík, en gelijk hoe vaak je al foto's gezien hebt, je moet toch nog even slikken bij het zien van de doodsheid van het landschap. Als je stil bent, en dat ben je wel, hoor je zelfs de korstmossen wanhopig kreunen tussen de genadeloze zweepslagen van de gure wind door.




Zelfs in de schemering was het niet moeilijk mijn kot te vinden, dankzij de dominante Hallgrímskirkja op enkele meters ervan. Mijn kotgenoten blijken uiterst sympatiek (en overwegend Duits), en mijn eerste avond hier werd onmiddellijk al een lange en zeer gezellige, ik had niet veel beter terecht kunnen komen. Meteen die nacht heb ik ook de eer gehad om kennis te maken met hét gespreksonderwerp bij uitstek onder IJslanders, geheel terecht in proporties waarvan zelfs Frank Deboosere even zou moeten gaan zitten. Het weer. Aangenaam warm, dat wel, maar het is zo guur dat ik vrees dat mijn kin hier over enkele maanden voor de helft weggesleten is. Geen wonder dat alle IJslanders een baard hebben...

Terwijl mijn kotgenoten in de les zaten ben ik de stad wat gaan verkennen. Kleinschalig en charmant, zo op 't eerste zicht, en ik zal me hier niet vervelen. Al gauw een charmante Waalse tegen het lijf gelopen, die hier vorig jaar een heel jaar was, en nu nog even een weekje terugkomt bij haar gastgezin. Met haar erbij werd het een flitsende dag, echt schitterend. Nog veel te ontdekken, ik trek weer eens de stad in en pik nog een concertje mee vanavond!

Kveðja